De eerste “Zoutprins” van Oostenrijk

18 augustus 1830 was een memorabele dag op Paleis Schönbrunn te Wenen. Op deze dag werd namelijk het langverwachte eerste kind van aartshertog Frans Karel en aartshertogin Sophie van Oostenrijk geboren: Frans Jozef. Het echtpaar was al zes jaar getrouwd en Sophie had al meerdere miskramen geleden, voordat zij haar eerste kind kon verwelkomen. “Franzl” was echter niet alleen een welkom geschenk voor zijn ouders; ook het Habsburgse Rijk had zijn hoop op deze Prins van Oostenrijk gevestigd.

Een vereniging tussen twee adellijke geslachten

De moeder van Frans Jozef was prinses Sophie Friederike Dorothea Wilhelmine van Beieren (1805 – 1872). Sophie stamde uit het Huis Wittelsbach en was een van de dochters van koning Maximiliaan I Jozef van Beieren en zijn tweede vrouw Caroline van Baden. Ze was dus een volle zus van prinses Ludovika en daarmee de tante van haar toekomstige schoondochter Elisabeth.

Op 19-jarige leeftijd nam Sophie haar intrek in de Hofburg te Wenen; het belangrijkste paleis van de Habsburgers sinds de dertiende eeuw. Ze was toegetreden tot de keizerlijke familie middels een huwelijk met Frans Karel van Oostenrijk (1802 – 1878), de zoon van Keizer Frans I en diens tweede vrouw Maria Theresia van Bourbon-Sicilië. Hij was de tweede in lijn van de Oostenrijkse troon en dus een behoorlijke vangst… ware het niet dat hij niet bepaald moeders mooiste was.

Portret van aartshertogin Sophie van Oostenrijk, geschilderd door Joseph Karl Stieler in 1830 (Publiek domein)

Frans Karel was het typisch lange gezicht, het hoge voorhoofd en de “Habsburgse” lippen toebedeeld. Hij was een goedaardige man met weinig ambitie dan wel talenten. Hij maakte op Sophie een onhandige en verlegen indruk tijdens een ontmoeting op een van de regelmatige familiebijeenkomsten van het Huis Habsburg en het Huis Wittelsbach. Het was niet bepaald liefde op het eerste gezicht, zo blijkt uit de dagboeken van Sophie.

Frans Karel daarentegen was diep onder de indruk van Sophie. Hij stuurde haar cadeaus en schreef haar meerdere brieven na hun ontmoeting. Ook bezocht hij haar regelmatig in München. Na zijn moed bij elkaar te hebben geraapt, vroeg Frans Karel Sophie ten huwelijk. Zij ging akkoord, mogelijk met het vooruitzicht ooit Keizerin van Oostenrijk te worden gezien de geestelijke gesteldheid van de broer van Frans Karel (Ferdinand) die eerste in rang stond om de troon over te nemen. Op 4 november 1824 werd het huwelijk voltrokken te Wenen.

Portret van aartshertog Frans Karel van Oostenrijk, geschilderd door Ferdinand Georg Waldmüller in 1839 (Publiek domein)

Het wonderlijke water van Bad Ischl

Frans Karel zou een attente echtgenoot blijken die Sophie vaak wist te verrassen met mooie cadeaus. Ook zijn houding was een stuk zelfverzekerder aan het thuisfront. Sophie zou haar man geduld hebben in de eerste jaren van hun huwelijk, maar het liefdeloze huwelijk groeide later uit tot een gezegende verbintenis.

Het geduld van Sophie werd ook op het gebied van moederschap op de proef gesteld en het zou zes jaar duren voordat het eerste kind van het paar werd geboren. Sophie, die meerdere miskramen had geleden, werd op advies van haar arts in 1828 en 1829 naar Bad Ischl gestuurd; een kuuroord in de Oostenrijkse regio Salzkammergut dat bekend stond om de helende werking van het zoutrijke water.

Bad Ischl
Het hedendaagse Oostenrijkse kuuroord Bad Ischl (Pixabay)

Of het aan het water lag zullen we nooit weten, maar zeker is dat op 18 augustus 1830, na een bevalling die 43 uur duurde, Sophie van een gezonde zoon beviel op Paleis Schönbrunn: Frans. Zijn tweede naam ‘Jozef’ zou Frans pas aannemen bij het bestijgen van de troon van het Habsburgse Rijk op 2 december 1848. Om verwarring te voorkomen, zal ik echter naar hem blijven refereren als Frans Jozef.

Portret van aartshertogin Sophie en haar eerste zoon Frans Jozef – geschilderd door Jozef Karl Stieler in de jaren  ’30 van de negentiende eeuw – Wien Museum (Publiek domein)

Na Frans Jozef zouden er meerdere kuren in Bad Ischl volgen en de geboorte van vier zonen en een dochter. Een van deze zonen werd in oktober 1840 doodgeboren en dochter Maria Anna (1835) stierf eerder dat jaar aan zware epilepsie.  Het verlies van zijn vier-jarige zusje “Ännchen” viel Frans Jozef bijzonder zwaar.

Maria Anna, de dochter van Frans Karel en Sophie van Oostenrijk, lithografie gemaakt door Josef Kriehuber in 1837 (Publiek domein)

Drie andere zonen van Frans Karel en Sophie bereikten wel de volwassen leeftijd: Ferdinand Maximiliaan (1832, bijgenaamd Max), Karel Lodewijk (1833, bijgenaamd Karly) en Lodewijk Viktor (1842, bijgenaamd Bubi). Dit laatste kind van Frans Karel en Sophie was erg ziekelijk en lag vaak aan bed gekluisterd. Sophie zorgde zelf voor Lodewijk Victor, op het obsessieve af, mogelijk uit angst dat hem hetzelfde lot wachtte als de kleine Maria Anna.

De vier zonen noemde men de ‘Zoutprinsen’ en Bad Ischl zou voor altijd een belangrijke plek innemen in het leven van de keizerlijke familie.

Plichtbesef en plezier

Frans Jozef, of “Franzl” zoals hij werd genoemd, groeide op in een liefdevolle omgeving tot een gezond en knap knaapje. Dit tot opluchting van het volk dat stilletjes de hoop op de jongen had gevestigd om de troon over te nemen. Het alternatief was namelijk Ferdinand, zijn oom, die naast een waterhoofd ook leed aan de botaandoening Rachitis en aan zware epileptische aanvallen. Er was ook een serieuze twijfel of Ferdinand wel nageslacht zou kunnen produceren. Op zijn huwelijksnacht op 27 februari 1831 kreeg hij meerdere epileptische aanvallen te verduren toen hij het huwelijk met zijn echtgenote Anna Maria van Savoie trachtte te consumeren. Frans Jozef werd derhalve klaargestoomd om zijn toekomstige plek op de troon in te nemen.

Lithografie met Frans Jozef en zijn twee broers, Ferdinand Maximiliaan en Karel Lodewijk, gemaakt door Josef Kriehuber in 1835 (Publiek domein)

De opleiding van Frans Jozef en zijn drie broers lag volledig in de controlerende handen van hun ambitieuze moeder die in 1836 twee vrienden van de Oostenrijkse staatsman Klemens von Metternich aanstelde. Een van deze mannen was graaf Heinrich von Bombelles die zich ontfermde over de educatie van de jongens. Vanaf zijn zesde jaar kreeg Frans Jozef al traditiegetrouw zijn eigen mannelijke hofhouding toegewezen. Hij en zijn broer Max werden tevens aan de zorgen van barones Louise von Sturmfeder (Aja genoemd) toevertrouwd.

Heinrich Franz Graf von Bombelles, lithografie gemaakt door Josef Kriehuber in 1851 (Publiek domein)

Vanaf zijn zesde jaar werd ook de dagindeling van Frans Jozef bepaald en nam zijn opleiding op deze jonge leeftijd gemiddeld al 18 uur per week in beslag. Het aantal uren werd met de jaren verder omhoog geschroefd en op 15-jarige leeftijd zat Frans Jozef op een werkweek van circa 55 uur. Hij leerde verschillende talen vloeiend spreken waaronder Tsjechisch, Hongaars, Frans en Italiaans. Daarnaast werden vakken als geschiedenis, staatskunde, scheikunde en levensbeschouwing onderwezen. De nadruk in zijn opleiding lag met name op feiten stampen in plaats van zelfstandig een mening vormen. Tussendoor deed de jonge troonopvolger ook aan gymnastiek, schermen, zwemmen en paardrijden.

Portret van Frans Jozef geschilderd door Moritz Michael Daffinger in 1840 – Museo Nacional del Prado Madrid (Publiek domein)

Ook andere activiteiten die een toekomstige keizer zich eigen diende te maken, passeerden de revue. Zo was hij bijvoorbeeld al op jonge leeftijd aanwezig bij bals en hoffeesten en werden hij en zijn broer Max in 1845 naar Lombardije-Venetië gestuurd voor een officiële tour.

Frans Jozef besefte al snel welke last hem op de schouders rustte en hij toonde een diep respect voor autoriteit en een sterk gevoel van plichtbesef. Hij was intelligent en een harde werker aan wiens zelfdiscipline geen einde kwam. Deze eigenschappen zou hij de rest van zijn leven behouden.

Ondanks alle verplichtingen genoten Frans Jozef en zijn broers van vele pleziertjes tijdens hun jeugd. ‘En public’ werden de kinderen strak in het gareel gehouden, echter binnen familiaire kring ging het er losser aan toe. Van verstoppertje spelen in de gangen van het paleis tot verhaaltjes voor het slapengaan.

Ter compensatie voor hun rigoureuze training schonk Sophie haar kinderen elk een stukje tuin van Paleis Schönbrunn. Hier werden bijvoorbeeld hutten gebouwd waarin kleine kinderboerderijen waren gezeteld. Hier genoot de dromerige Max enorm van. Ook was er een wigwam gebouwd voor de jongens en konden ze rondrijden in een miniatuur koets.

De dagen werden ook onderbroken met excursies, circusbezoeken en kinderfeesten. Tijdens verjaardagen werden er grootse familiefeesten georganiseerd waarbij cadeautjes werden uitgedeeld en de kinderen meededen aan goed geoefende voordrachten in zang en dans. Max stal de show met zijn acteertalent, maar Frans Jozef was de beste danser.

Prent uit 1834 met de keizerlijke familie, van Caroline Augusta (de vierde vrouw van Keizer Frans I van Oostenrijk). Kopie van het origineel gemaakt door hofschilder Peter Fendi – Wien Museum (Publiek domein)

De lente en herfst bracht de familie door op Paleis Schönbrunn en de zomermaanden bij Slot Laxenburg net buiten Wenen. Hier konden de jongens jagen met hun vader, een favoriete bezigheid van Frans Jozef en Karel Lodewijk. Ook verbleef de familie in de zomermaanden in een gehuurde villa aan de rivier de Traun in Bad Ischl. Frans Jozef vierde elk jaar – op drie na – zijn verjaardag in dit kuuroord dat hij ‘de hemel op aarde’ noemde.

De eeuwige soldaat

Tot slot genoot Frans Jozef ook een militaire opleiding. Deze was toevertrouwd aan de tweede heer die Sophie had aangesteld als kamerheer van de jonge aartshertog: graaf Johann Coronini-Cronberg. De jonge keizer moet veel plezier hebben beleefd aan dit onderdeel van zijn opleiding gezien zijn sterke interesse voor militaire aangelegenheden. Zo hield hij ervan om de wissel van de wacht – dat pal onder het raam van zijn appartement plaatsvond – gade te slaan en speelde hij met speelgoed soldaten.

Op 5-jarige leeftijd hield de jonge prins al zijn eerste militaire inspectie en op 13-jarige leeftijd werd hij benoemd tot kolonel en stond hij aan het hoofd van het Derde Dragonder Regiment. Hij zou zich hierna zijn hele leven vrijwel alleen nog maar in militair tenue kleden. Toch was Frans Jozef bepaald geen natuurtalent op militair vlak en zou hij menig nederlaag ondervinden gedurende zijn bijna 68-jarige bewind.

Portret uit 1832 van Frans Jozef verkleed als Grenadier, spelend met zijn speelgoed soldaten – Liechenstein Museum Wenen © Ferdinand Georg Waldmüller – https://bit.ly/2LJfeqq

De volgende keer

1848 staat te boeken als het “Revolutiejaar” gedurende welk het aan alle kanten rommelde binnen Europa, zo ook in de zetel van het Habsburgse Rijk: Wenen. Het jaar zou besloten worden met een nieuwe keizer op de troon van het Habsburgse Rijk.

Literatuur:

  • Karl Vocelka & Martin Mutschlechner; Franz Joseph 1830 – 1916,  2016
  • John van der Kiste: Emperor Francis Joseph; Life, Death and the Fall of the Habsburg Empire, 2005
Advertenties

One Reply to “De eerste “Zoutprins” van Oostenrijk”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s