Tags

, , , , , , , ,

Hephaestus, de Griekse god van de smeedkunst, had een bijzondere band met de stad Athene en haar beschermster Athena. Beide goden hadden de mensheid verschillende ambachten en kunsten bijgebracht en werden geëerd als hun beschermers. De twee Olympiërs deelden niet alleen een gezamenlijk festival, de Chalkeia, maar werden ook samen vereerd in een tempel die uitkeek over de Atheense agora. Deze tempel verkeert vandaag de dag nog in uitstekende staat en wordt het Hephaisteion genoemd.

De heropbouw van Athene

De tempel van Hephaestus is gebouwd aan de rand van een steile helling (de Kolonos Agoraios) langs de noordwestelijke zijde van de agora van Athene en keek oorspronkelijk uit op de pottenbakkers wijk, of kerameikos (Pausanias, Beschrijving van Griekenland I.14.6). Vermoedelijk maakte het Hephaisteion onderdeel uit van een behoorlijk bouwproject in Athene – dat in gang werd gezet halverwege de vijfde eeuw voor Christus – om de door de Perzen verwoestte stad (480 voor Christus) opnieuw op te bouwen.

Het geld voor dit enorme bouwproject had men gemakshalve uit de kas van de Delische Bond gepakt. Deze militaire bondgenootschap tussen Athene en andere lidstaten kwam in 477 voor Christus tot stand met als doel een verdere Perzische dreiging het hoofd te kunnen bieden. De lidstaten leverden allen een bijdrage hetzij in schepen, hetzij in klinkende munt wat de voorkeur had van Athene die al snel de dienst ging uitmaken.

Het Hephaisteion bezien vanaf de agora

In 454 voor Christus werd de kas van de Delische Bond, die op het eiland Delos resideerde, binnen de muren van Athene verplaatst en voelde men zich zo vrij om een deel hiervan in de eigen schatkist te storten. Nadat de Atheense veldheer en staatsman Perikles de Atheense volksvergadering had overtuigd dit geld te gebruiken om de heropbouw van Athene te financieren, was het startsein gegeven. De bouw van het Hephaisteion ging vermoedelijk in 449 voor Christus van start en het zou een project van de lange adem worden: de laatste hand aan de tempel (het dak) werd tussen 421-415 voor Christus gelegd en het gebouw werd hierna eindelijk ingehuldigd.

De Dorische en Ionische orde

Alvorens iets over de architectuur van het Hephaisteion te vertellen, moet de lezer eerst kort iets weten over twee (van de drie) meest gangbare bouwstijlen die de Grieken toepasten: de Dorische en Ionische orde. Historici zijn er nog niet helemaal over uit wanneer welke stijl ontstond, maar beiden worden gedateerd rond de zevende eeuw voor Christus. De Dorische orde heeft zich vermoedelijk op het Griekse vasteland gemanifesteerd en de Ionische orde in de grotere steden langs de westkust van Turkije (Klein Azië).

Beide bouwstijlen hebben specifieke kenmerken waardoor ze makkelijk van elkaar zijn te onderscheiden en het meest herkenbare zijn de zuilen. De Dorische orde is een vrij sobere stijl en de zuilen ogen erg robuust. Ze rusten niet op een sokkel, maar direct op het stylobaat (het bovenste stuk van de krepis: een platform bestaande uit drie treden). De zuil is verder opgemaakt uit opeengestapelde zuiltrommels met twintig verticale groeven (cannelures) en heeft een eenvoudig kapiteel dat bestaat uit een rond kussen (echinus) afgedekt met een vierkante plaat (abacus).

De Ionische zuil is in tegenstelling tot de Dorische zuil veel slanker en staat wel op een voetstuk. De orde is vooral herkenbaar aan het kapiteel van de zuil met zijn dubbele voluten: een krullende of spiraalvormige versiering.

De tempel van Didyma in Turkije met op de achtergrond twee Ionische zuilen, herkenbaar aan hun voluten

Een ander herkenbaar element van beide bouwstijlen is het fries. Het betreft een gedecoreerd kader dat deels of geheel rondom de tempel loopt. In de Dorische orde bestaat het fries uit metopen (beeldvlakken) afgewisseld door trigliefen (vlakken waarop drie gleuven zijn gekerfd die lijken op de eerdere eindbalken die uit hout werden gemaakt). In de Dorische orde werden de metopen óf leeg gehouden óf beschilderd óf met voorstellingen in bas-reliëf versierd.

In de Ionische orde is het fries een doorlopend geheel van uitgebeitelde voorstellingen in bas-reliëf. In andere gevallen bevat het Ionische fries een ‘tandlijst’: tandvormige uitsteeksels in steen die wat weg hebben van de eerder gebruikte houten daksparren. De achtergrond van het fries werd vaak geschilderd in donkerrood of -blauw, opdat het beeldhouwwerk er uit sprong.

Gecombineerde bouwstijlen

In de vijfde eeuw voor Christus waren deze twee verschillende bouwstijlen verder geperfectioneerd en was er sprake van vaste richtlijnen met het oog op proporties, aantal zuilen, verschillende ruimtes evenals de toepassing van specifieke elementen. De tempel van Hephaestus heeft dan ook de gebruikelijke opzet van een Griekse tempel; er is een pronaos (een voorhal) een naos of cella (de plek waar het cultusbeeld van de godheid ‘woonde’) en een opisthodomos (de achterste ruimte die gebruikt kon worden als, bijvoorbeeld, een schatkamer).

De pronaos van het Hephaisteion

Alhoewel er vaste richtlijnen waren, was ‘experimenteren’ niet uitgesloten en het Hephaisteion is hier een mooi voorbeeld van. De tempel is in de sobere Dorische orde uitgevoerd en wordt een peripteros genoemd. Dit houdt in dat de tempel geheel omgeven wordt door een rij van vrijstaande zuilen: zes zuilen aan de voor- en achterkant (oost en west) en dertien aan de beide zijkanten (noord en zuid) in dit geval. Ook is er een tweede rij met zuilen aanwezig bij de pronaos en opisthodomos en twee zuilen in antis die de wandeinden van de verlengde muren van de cella afsluiten.

Dorische zuilenrij aan de noordkant van het Hephaisteion

De friezen daarentegen zijn zowel in de Dorische als Ionische orde uitgevoerd. Deze gecombineerde bouwstijl heeft men bij meerdere bouwwerken in Athene geattesteerd (waaronder het beroemde Parthenon) en allen dateren uit de vijfde eeuw voor Christus. Daarmee is het Hephaisteion dus een kind van zijn tijd.

Het leven van de legendarische Theseus ‘in a nutshell’

Alvorens uit te weiden over de friezen van het Hephaisteion, maak ik eerst een klein uitstapje naar het verhaal van de legendarische Theseus. Zijn verhaal is onder andere overgeleverd in de Parallelle levens of Biografieën van de Griekse geschiedschrijver Plutarchus die tussen de eerste en tweede eeuw na Christus leefde. De Attische held werd geboren in Troezen en was de zoon van Aethra, dochter van Koning Pittheus. De vader van Theseus was óf de zeegod Poseidon óf de koning van Athene, Aegeus (Aethra deelde namelijk met beide heren de lakens op één en dezelfde avond).

Aegeus was in de veronderstelling dat Theseus zijn zoon was, maar moest terugkeren naar Athene. Hij begroef zijn zwaard en sandalen onder een rots en gaf Aethra instructies om hun zoon de rots te tonen, zodra Theseus sterk genoeg was om de rots op te tillen. Zo gezegd zo gedaan en Theseus vertrok op achttienjarige leeftijd naar Athene om zijn geboorterecht te claimen. Onderweg verrichtte hij zes werken, waaronder het doden van Periphetes; een zoon van Hephaestus en lastpak die vanuit Epidauros reizigers aanviel met een ijzeren staaf.

Theseus als bevrijder geportretteerd nadat hij de Minotaurus heeft gedood, fresco uit het huis van M. Gavius Rufus in Pompeï – Nationaal Archeologisch Museum van Napels

Eenmaal in Athene aangekomen werd Theseus geconfronteerd met problemen inzake de opvolging. Zijn stiefmoeder, Medea, zag de troon aan haar zoon met Aegeus (Medus) voorbij gaan en trachtte Theseus uit de weg te ruimen. Tijdens een banket overhandigde ze hem dan ook een gifbeker die Aegeus op het laatste moment uit zijn handen wist te slaan toen hij zijn eigen zwaard herkende.

Hiermee was de strijd om de opvolging nog niet voorbij. Theseus kreeg het nu aan de stok met de vijftig zonen van zijn oom Pallas (de Pallantidae) die nu ook geen aanspraak meer konden maken op de troon van Aegeus met de thuiskomst van Theseus. Ze trachtten hem in de val te lokken, maar ook zij waren onsuccesvol. Theseus zou hierna nog menig avontuur beleven en het doden van de Minotaurus die in het labyrint van Knossos (op Kreta) woonde is de bekendste hiervan.

Enkele tragische momenten in het leven van Theseus betreffen de dood van zijn vader die zichzelf van een klif afwierp, de dood van zijn zoon Hippolytus (waar Theseus zelf voor verantwoordelijk was) en de zelfmoord van zijn vrouw Phaedra. De dood vond Theseus zelf in ballingschap op het eiland Skyros waar hij door koning Lycomedes van een klif af werd gegooid.

Het Dorische fries van het Hephaisteion

Terug naar het Hephaisteion. Deze is uitgedost met zowel een Dorische fries aan de buitenzijde van de tempel als een Ionische fries die de pronaos en opisthodomos sieren. Het fries uitgevoerd in de Dorische orde bevat trigliefen afgewisseld door metopen met bas-reliëf. Slechts achttien van de achtenzestig metopen van het Hephaisteion bevatten echter sculpturen en bevinden zich voornamelijk aan de oostzijde van de tempel die goed zichtbaar was vanaf de agora. De overige metopen waren mogelijk beschilderd.

De voorkant van het Hephaisteion met het Dorische fries

De tien metopen aan de voorzijde van de tempel (oostkant) tonen negen van de twaalf werken van Herakles waarvan ‘de stallen van Augias’, ‘de Stymphalische vogels’ en ‘de stier van Kreta’ ontbreken. De vier meest oostelijke metopen aan de lange noord- en zuidzijde zijn versierd met sculpturen die specifieke episoden uit het leven van Theseus tot uiting brengen, te weten: zijn dood of enkele van zijn zes werken.

Het Hephaisteion met metopen aan de zuidoostzijde

Het Ionische fries van het Hephaisteion

Het Ionische fries van de pronaos loopt van de buitenste twee zuilen van de tempel (noord naar zuid) en beeldt het gevecht tussen Theseus en de vijftig Pallantidae uit. Het gevecht wordt aanschouwd door vijf goden en een sterveling: links is de bekende drie-eenheid van Athena, Hera en Zeus te zien, rechts zien we Hephaestus, Hippodameia en Poseidon.

De achterzijde van het Hephaisteion

Ook de opisthodomos heeft een doorlopende fries die van anta tot anta loopt. Hier is de Centauromachie op afgebeeld: het gevecht tussen de Lapithen en de Centauren. De aanleiding voor dit gevecht was het slechte gedrag van de Centauren tijdens de bruiloft van de Pirithoüs en zijn bruid Hippodamia. In beschonken toestand vergrepen de Centauren zich al snel aan de Lapithen-vrouwen waarna de hel losbarstte. Theseus die ook op de bruiloft was van zijn goede vriend Pirithoüs vocht mee aan de zijde van de Lapithen. We zien hem de Lapith Kaineus te hulp schieten die tegen de grond wordt geslagen door een Centaur.

De achterzijde van het Hephaisteion met close up van het Ionische fries van de opisthodomos

Het Theseion of Hephaisteion?

Met het oog op de vele sculpturen waarin Theseus de hoofdrol speelt, werd het Hephaisteion lange tijd als het Theseion bestempeld. Volgens de Griekse geschiedschrijver Plutarchus, die ook een biografie schreef over de Atheense staatsman en veldheer Cimon, veroverde laatstgenoemde het eiland Skyros in 475 voor Christus. Naar aanleiding van een eerder uitgesproken instructie van het Orakel van Delphi nam hij ook een kist met de beenderen van Theseus – die hier als balling was gestorven – mee terug naar huis (Plutarchus, Biografieën, Leven van Cimon VIII.5-6). Theseus werd vervolgens in Athene herbegraven en de tempel van Hephaestus werd lange tijd beschouwd als de plek van dit graf.

In 1936 werden er echter twee kalkstenen blokken gevonden waar ooit de bronzen cultusbeelden van Hephaestus en Athena op stonden (daterend uit circa 420 voor Christus). De beeldhouwer is onbekend, maar de Romeinse redenaar en politicus Cicero (eerste eeuw voor Christus) zegt dat een veelgeprezen beeld van Hephaestus in Athene aan Alkamenes toegekend kan worden, een beeldhouwer die in de vijfde eeuw voor Christus in Athene woonde en werkte. Hij beschrijft het beeld als een staand, gedrapeerd figuur met een lichte vorm van kreupelheid (Cicero, De Natura Deorum, I.30).

Pausanias beaamt in zijn Beschrijving van Griekenland (I.14.6) dat er in de Kerameikos (de pottenbakkerswijk van Athene) een tempel van Hephaestus stond met daarin een cultusbeeld van de godin Athena.

IMG_6931

Het Hephaisteion bezien vanaf de weg richting de Areopagus

Wie het laatst lacht…

Rond 700 werd de tempel van Hephaestus als kerk in gebruik genomen en – mogelijk later – gewijd aan de heilige Sint-Joris. Er werd een apsis aan het gebouw toegevoegd en verdere aanpassingen volgden rond 1300. Aan de buitenkant van de cella bevindt er zich een deur en binnenin zijn er in de vloer en op de muren grafstenen te vinden. Op de muren is er ook een lijst met gebeurtenissen uit de periode van 1555-1800 gekerfd, het zogeheten ‘Stenen Kroniek’.

In 1834 verruilden Otto I – de eerste koning van Griekenland – en zijn regering de stad Nafplion voor de nieuw aangewezen hoofdstad Athene. In het Hephaisteion werd de koning welkom geheten en hiermee was de laatste officiële taak volbracht: de tempel werd hierna door Otto verordend tot museum. Deze functie behield de tempel tot 1934 waarna het tot nationaal monument werd uitgeroepen.

De intocht van koning Otto van Griekenland in Athene, geschilderd door Peter von Hess in1839 – Neue Pinakothek München

Opgravingen waren echter al eerder begonnen in de agora van Athene en vanaf 1931 werd de tempel en het omliggende terrein systematisch opgegraven. Deze hebben zoals gezegd onder andere de voetstukken van de twee cultusbeelden aan het licht gebracht, zo ook de kleivormen die gebruikt waren om de beelden in te gieten. Deze lagen in een gracht aan de westzijde van de tempel.

Dankzij zijn lange staat van dienst als kerk verkeert het Hephaisteion vandaag de dag nog in uitstekende staat en zijn zelfs delen van het dak nog intact. Het ‘zwarte schaap’ onder de twaalf Olympiërs kan dus met een tevreden gevoel naar beneden kijken vanaf de Olympus en het is maar zeer de vraag wie nu het ‘Homerische gelach’ laat horen.

Advertenties