Tags

, , , , , ,

Arminius, prins en ‘opruier’ van de Germaanse stam der Cherusken, bracht in 9 na Christus een zware nederlaag toe aan drie Romeinse legioenen en hun bevelhebber Publius Quinctilius Varus. Vanaf 14 na Christus zou Arminius een geduchte tegenstander vinden in de Romeinse bevelhebber Germanicus, waarbij hij en zijn bondgenoten soms aan de winnende dan weer aan de verliezende hand waren. Hieronder volgt zijn verhaal.

Tiberius werpt zich op als held

In 9 na Christus kregen drie Romeinse legioenen gestationeerd in Germanië een zware nederlaag te verduren die hun werd toegebracht door een prins van de stam der Cherusken, Arminius, en zijn bondgenoten.  Nadat het nieuws over de Slag in het Teutoburgerwoud Rome had bereikt, wierp Tiberius Claudius Nero (de geadopteerde zoon van keizer Augustus) zich op om orde op zaken te stellen in Germanië.

tiberius-museo-archeologico-regionale-palermo

Buste van keizer Tiberius – Museo Archeologico Regionale Palermo

Volgens de Romeinse geschiedschrijver Velleius Paterculus (een tijdgenoot van bovengenoemde hoofdpersonen) vertrok Tiberius eerst naar de Gallische provincies om daar de boel te beveiligen en het leger te versterken en stak hij hierna pas over naar het Overrijnse waar hij een spoor van vernieling aanrichtte en iedereen die hem ook maar in de weg stond, versloeg (Romeinse geschiedenis, 2.120.1-2).

Het zou hier echter niet bij blijven en ook in 11 en 12 na Christus bevond Tiberius zich in Germanië waar hij met ijzeren hand zijn legioenen in het gareel hield. Nadat hij orde op zaken had gesteld in Germanië en de Varusslag voldoende gewroken was, trof hij in de zomer van 12 na Christus een vredesregeling met de Germanen en keerde terug naar Rome. Wat volgde waren twee redelijk rustige jaren zonder incidenten.

Hier kwam echter een einde aan toen keizer Augustus op 19 augustus 14 na Christus overleed. De troon ging over op Tiberius, maar deze opvolging werd niet overal met open armen geaccepteerd. Het leidde tot muiterij onder de legioenen in Xanten en Keulen. Tiberius zond daarom zijn geadopteerde zoon, Germanicus, naar Germanië om orde op zaken te stellen als nieuwe bevelhebber van de acht legioenen gestationeerd aan de Rijn.

De ontvoering van Thusnelda

De vraag is echter wat er was gebeurd met ‘de opruier onder de Cherusken’: Arminius. De Romeinse geschiedschrijver Tacitus geeft dit haarfijn weer in boek I en II van zijn Annalen. Zoals aangegeven in het artikel over de Varusslag trachtte de schoonvader van Arminius, Segestes, (zonder succes) de snode plannen van Arminius aan Varus uit de doeken te doen in 9 na Christus. De aanleiding voor dit verraad was een persoonlijke grief, namelijk de schaking van Segestes’ dochter Thusnelda door Arminius terwijl zij al met een ander verloofd was.

In de tussenliggende jaren waren de gemoederen tussen Arminius en Segestes nog hoger opgelopen resulterend in een tweekamp en de belegering van Segestes en zijn aanhangers. Deze zag zich genoodzaakt om de hulp van Germanicus in te schakelen, die op zijn beurt besloot zijn leger terug te sturen naar de plek waar Segestes belegerd werd. Segestes en een schare aan verwanten en horigen werden ontzet, waaronder de hoogzwangere Thusnelda.

Het nieuws over de ontvoering van zijn vrouw en ongeboren kind deed Arminius ontvlammen in blinde razernij. Hij raasde en tierde over het verraad van zijn schoonvader en diens aanhangers en zei:

….oprechte Germanen zouden nooit voldoende verontschuldigingen kunnen vinden voor het feit dat zij tussen Elbe en Rijn de roedenbundels en bijlen en de toga hadden moeten aanschouwen” (Annalen I.59)

Zijn opruiende woorden lieten de naburige stammen niet onberoerd en zij schaarden zich derhalve achter Arminius. Onder deze aanhangers bevond zich ook de oom van Arminius, Inguiomerus: een vroegere bondgenoot van de Romeinen die nu partij koos voor zijn neef.

gehrts_armin_verabschiedet_sich_von_thusnelda_1884

Arminius neemt afscheid van Thusnelda – Johannes Gehrts, 1884

Een onbesliste strijd

Germanicus reageerde op alle onrust door zijn troepen te verspreiden en stuurde onder andere vier legioenen door het gebied van de Bructeren. Deze stam, die leefde in de Achterhoek en het Münsterland, werd verslagen en het veldteken van het negentiende legioen – dat meegenomen was door de Germanen na de Varusslag – werd heroverd.

Hierna trokken de Romeinen door naar de meest afgelegen woongebieden van de Bructeren (tussen de Lippe en de Eems, niet ver van het Teutoburgerwoud) en richtten ook daar een spoor van vernieling aan. Hier stuitte men tevens op de onbegraven resten van de Romeinse soldaten die waren afgeslacht tijdens de Varusslag en zij werden alsnog met eer ter aarde besteld.

In de tussentijd was Arminius de wildernis in gevlucht en werd hij achternagezeten door Germanicus. Arminius beval zijn handlangers, die zich in de bossen hadden verstopt, tevoorschijn te komen wat voor verwarring zorgde bij de Romeinen. Germanicus liet zijn legioenen uitrukken in slagorde, maar de strijd eindigde onbeslist en de Romeinen keerden terug naar hun winterkwartieren.

De Slag bij de Wezer

De tweede botsing tussen Germanicus en Arminius vond plaats in 16 na Christus in de omgeving van Minden (Noordrijn-Westfalen) waar de Cherusken zich aan de andere kant van de rivier de Wezer hadden opgesteld. De eerste dag van strijd stond in het teken van winst voor de Germanen, die de leider van de Bataven, Chariovalda, doodden. De bestorming van het Romeinse kamp gedurende de derde nachtwake was echter minder succesvol en liep met een sisser af.

De Germanen begaven zich hierna naar de vlakte Idistaviso (tussen de Wezer en een heuvelrug in gelegen) waar ze ook het achterliggende woud en de heuveltoppen bezetten. Bij het naderen van de Romeinse legioenen sprongen ze tevoorschijn, maar de uitkomst van de strijd leek door de goden te zijn beslist toen er acht adelaars (beschermgeesten van de Romeinse legioenen) richting het bos vlogen.

De Germanen schoten alle kanten en werden op hardhandige wijze afgemaakt of vonden de verdrinkingsdood in de Wezer. De Romeinen richtten hierna een zegeteken op (een heuvel met wapens en een inscriptie met de namen van de overwonnen volkeren) wat de Germanen hernieuwde strijdlust gaf. Ze kozen een terrein uit met bos en moerasachtige vlaktes waar ze de Romeinen wilden verrassen. Germanicus dreef ze echter uit hun stellingen en versperde de Germanen de terugweg door het moeras. De Germanen trachtten moordend door te breken, maar de overwinning was voor de Romeinen.

bust_germanicus-palazzo-massimo-alle-terme

Buste van Germanicus – Museo Nazionale Romano, Palazzo Massimo alle Terme, Rome

De Germaanse stammen keren zich tegen elkaar

Na een catastrofale storm, een voorspoedige veldtocht en het herwinnen van het tweede veldteken dat verloren ging tijdens de Varusslag, vond Keizer Tiberius het echter welletjes en werd Germanicus definitief teruggeroepen naar Rome. Met de aftocht van de Romeinen, keerden de Germanen zich nu tegen elkaar en ontstond er een tweekamp tussen de aanhangers van Arminius (die de Slag bij de Wezer had overleefd) en die van de vorst der Sueben: Maroboduus. Laatstgenoemde werd veracht wegens zijn claim op het koningschap en het feit dat hij zich afzijdig had gehouden in de strijd tegen de Romeinen. Bepaalde Suebische stammen schaarden zich dan ook achter Arminius die werd gezien als voorvechter van de vrijheid.

Er werden harde woorden uitgewisseld van beide kanten en in 17 na Christus greep men naar de wapens. Na een onbesliste strijd keerde Maroboduus met zijn leger terug naar zijn eigen land, het huidige Bohemen. Hij stuurde gezanten naar keizer Tiberius met de vraag om militaire ondersteuning. De keizer weigerde hem deze hulp, maar stuurde wel zijn zoon Drusus naar Germanië om de orde te bewaren.

De eerstvolgende keer dat Tacitus melding maakt van Arminius is in 19 na Christus. Hij spreekt over de vorst der Chatten, Adgandestrius, die een schrijven stuurde naar de Senaat waarin hij aangaf Arminius wel te willen vergiftigen als men hem het gif toestuurde. Het antwoord van de Senaat luidde  dat de Romeinen zich niet met bedrog of geniep inlieten, maar openlijk en gewapenderhand hun vijanden uitschakelden.

Uiteindelijk zou Arminius de dood vinden in eigen kring door dezelfde fout te maken als Maroboduus: hij streefde naar de koningstitel en zou verraden worden door zijn naaste vrienden op 37-jarige leeftijd. Over zijn vrouw Thusnelda vertelt Tacitus dat zij een zoon baarde, Thumelicus genaamd, die in Ravenna opgroeide. Hij belooft nog meer te vertellen over deze jongeman, maar dit relaas is helaas verloren gegaan. In 17 na Christus liepen zowel Thusnelda als haar zoon mee in de triomftocht van Germanicus als oorlogstrofeeën. 

E0702 PILOTY WAF771

Thusnelda en haar zoon lopen mee in de triomftocht van Germanicus – Karl von Piloty, 1873

Na enkele eeuwen in de vergetelheid te zijn geraakt, genoot Arminius in de zestiende eeuw opnieuw bekendheid na de herontdekking van de Annalen van Tacitus. Hij zou uitgroeien tot een Duitse volksheld met als kers op de taart de bouw van het Hermannsdenkmal in Detmold in de negentiende eeuw. Hier meer over in de volgende Cultuur bij de Oosterburen.

Voor meer informatie over dit onderwerp, zie:

Jona Lendering en Arjen Bosman: De rand van het Rijk: De Romeinen en de Lage Landen (Amsterdam, 2010)

 

Advertenties