Tags

, , , , , , ,

In 9 na Christus vond in de moerassen ten noorden van Osnabrück een slag plaats tussen de Germaanse stam der Cherusken en drie Romeinse legioenen die in de val waren gelokt. De plek waar deze slag plaats moet hebben gevonden, leidde tot veel discussie. Heden ten dage wordt Kalkriese in de Duitse deelstaat Nedersaksen aangewezen als dé plek waar de slag plaatsvond en opende Museum en Park Kalkriese hier zijn deuren in 2002.  

Publius Quinctilius Varus

De Slag in het Teutoburgerwoud staat ook bekend als de Varusslag en is vernoemd naar een van de hoofdpersonen in dit verhaal: de Romeinse generaal Publius Quinctilius Varus, geboren in 46 voor Christus in Cremona (Lombardije). Er zijn verschillende bronnen die verslag doen van de Varusslag en de hoofdpersonen die hierin een rol speelden. Eén betreft de Annalen (jaarboeken, boek I en II) van geschiedschrijver Tacitus die in de eerste eeuw na Christus leefde. Een andere bron is de Romeinse geschiedenis van de (geromaniseerde) Griek Cassius Dio die in de tweede-derde eeuw na Christus leefde. Een andere belangrijke bron is Velleius Paterculus: een tijdgenoot van Varus en een militair bovendien die onder andere in Germanië had gediend.

Volgens Velleius Paterculus (Geschiedenis van Rome) was Varus een telg uit een beroemd geslacht, echter zonder adellijk aanzien. Hier kwam verandering in toen hij voor de tweede keer trouwde. De dame in kwestie was Claudia Pulchra die van moederskant een achternicht was van de eerste keizer van Rome: Augustus. Enkele belangrijke posities die Varus bekleedde waren onder andere het consulschap in 12 voor Christus (samen met de toekomstige keizer Tiberius) en het proconsulschap over Syria. Deze provincie gold als een van de rijkere in het Romeinse Rijk en volgens Velleius keerde Varus dan ook met gevulde zakken terug naar Rome.

Germanië: een rusteloze provincie

De meest ingrijpende gebeurtenis in het leven van Varus was zijn benoeming tot nieuw legercommandant in Germanië vanaf 7 na Christus. Op het moment dat hij naar Germanië vertrok, strekte de Romeinse invloedssfeer zich uit tot aan de Weser. Het land tussen die rivier en de Weser was wel verkend maar nooit ingelijfd en Keizer Augustus koesterde nu de wens het gebied tussen Rijn en Weser in te lijven als provincie.

augustus_bevilacqua_glyptothek_munich_317

Buste van Keizer Augustus – Glyptothek München

 

Germanië, het huidige Duitsland, gaf zich echter niet zomaar gewonnen en er waren over de jaren heen diverse maatregelen getroffen om het gebied te stabiliseren en te pacificeren. Zo had een van de stiefzoons van Augustus, Drusus, het tussen 12 – 9 voor Christus opgenomen tegen diverse Germaanse stammen en waren er langs de Rijn verschillende wachtposten en forten gebouwd zoals in Xanten en Nijmegen. Aan de Lippe – een zijrivier van de Rijn – lagen Haltern en Anreppen.

In 4 na Christus was Tiberius (een andere stiefzoon van Augustus die Drusus had opgevolgd als bevelhebber in Germanië) voor een tweede keer naar de provincie gestuurd met de opdracht Germanië voor eens en voor altijd te veroveren. Het was een niet afgeronde missie gebleven. Tiberius had weliswaar alle pionnen in gereedheid gebracht om het laatste stukje onveroverd gebied in te lijven, het gebied van de Marcomannen in het Tsjechische Bohemen, maar was plotsklaps naar Pannonië gestuurd – een Romeinse provincie die onder ander delen van Hongarije, Oostenrijk, Servië, Kroatië en Slovenië besloeg – om daar een opstand te onderdrukken. 

De Cherusken beramen een list

In 7 na Christus werd Varus dus als nieuwe bevelhebber naar Germanië gestuurd. Velleius Paterculus is niet bepaald lovend over zijn leidinggevende capaciteiten in zijn Geschiedenis van Rome (2.117-2.120). Hij portretteert Varus als een zachtmoedige man die zowel traag van lichaam als van geest was en meer gewend was aan de rust van het kamp dan actie in het veld. Daarnaast zou hij hebben gedacht de Germanen onder de duim te kunnen krijgen via het Romeinse recht en was hij van mening dat hij door zijn verdiensten het vertrouwen van de Germanen had gewonnen.

Dat de Germanen hier anders over dachten zou snel blijken. Zij vonden hun overheersers arrogant, wreed en gevoelloos voor Germaanse gebruiken en er werden derhalve plannen beraamd om de Romeinen een hak te zetten. Het voortouw hierin werd genomen door een zekere Arminius. Volgens Velleius Paterculus was hij de zoon van Sigimer, de leider der Cherusken. Samen met zijn broer Flavus had Arminius een Romeinse opleiding genoten, sprak hij Latijn en had hij in het Romeinse leger gediend. Arminius moet zijn strepen verdiend hebben, want hij verkreeg het Romeins burgerrecht en schopte het zelfs tot de rang van ridder. Tevens had hij het vertrouwen van Varus gewonnen.

De Slag in het Teutoburgerwoud

In het najaar van 9 na Christus begon Varus aan de opmars richting de Romeinse winterkwartieren aan de Rijn. Op dat moment deden er geruchten de ronde over een Germaanse stam die problemen veroorzaakte: een kwestie die snel de aandacht van de commandant vereiste. Arminius, die deze geruchten vermoedelijk de wereld in had geholpen, adviseerde Varus om een snellere route te kiezen, namelijk door onbekend en onveilig terrein: het Teutoburgerwoud.

De schoonvader van Arminius, Segestes, waarschuwde Varus voor het bedrog van Arminius, maar zijn woorden waren aan dovemansoren gericht. Varus zag het voorval namelijk als een persoonlijke grief van Segestes (volgens Tacitus had Arminius de dochter van Segestes – Thusnelda – geschaakt terwijl zij al met een ander verloofd was – Annalen I.55).

Hiermee tekende Varus zijn doodvonnis. Hij leidde drie Romeinse legioenen (XVII, XVIII en XIX) met hulptroepen en nog een heel gevolg aan personeel, vrouwen en kinderen (ín totaal circa 20.000 – 25.000 man) door het Teutoburgerwoud in een uitgerekte, langzame en slecht verdedigbare colonne.

Volgens geschiedschrijver Cassius Dio (Romeinse geschiedenis LVI.19-22) werden de Romeinen overvallen door hevig noodweer waardoor het lastige terrein nog onbegaanbaarder werd. De Cherusken – onder leiding van Arminius – zagen hun kans schoon en vielen de Romeinse manschappen in hun uitgerekte flank aan. Omsingeld door de Cherusken en niet in staat om in het zwaar beboste terrein een slaglinie te vormen, konden de Romeinen geen uitval doen en verloor Varus vele mannen.

De Romeinen die het de eerste dag hadden overleefd, wisten een heuveltop te bezetten. Toen ze de dag daarna geen andere optie zagen dan opnieuw door het bos heen te trekken, zetten de Cherusken wederom de aanval in. De genadeklap viel de volgende dag toen de Romeinen ingeklemd zaten tussen een moeras in het noorden en een beboste heuvel in het zuiden. De Germanen hadden zich tevens goed voorbereid en een aarden wal opgezet van waaruit ze de Romeinen ongezien konden aanvallen. De gefaalde veldheer Varus zag geen andere keuze dan zelfmoord te plegen en stortte zich op zijn zwaard. Zijn hoofd werd naar een diepbedroefde keizer gestuurd en de gedode Romeinen lieten de Cherusken onbegraven achter in het bos. De drie veldtekens (adelaars) namen ze mee.

otto_albert_koch_varusschlacht_1909

De Varusslag, geschilderd door Otto Albert Koch in 1909 – Lippisches Landesmuseum Detmold

De geschiedschrijver Lucius Annaeus Florus – een Romeins auteur die in de tweede eeuw na Christus een korte geschiedenis van Rome schreef (veelal gebaseerd op het werk van de Romeinse historicus Titus Livius) – geeft een iets andere versie, maar met hetzelfde resultaat. Ook hij vertelt dat Segestes de list uit de doeken doet bij Varus die er vervolgens wel op reageert. De Germanen die betrokken zijn bij de list sleept hij voor het gerecht. Dit valt niet goed bij de Germanen die vervolgens een bloedbad aanrichten in het Romeinse kamp, de gevangenen op de meest brute wijze mishandelen en er vandoor gaan met twee van de drie veldtekens.

Kalkriese als kanshebber

Over de plek waar deze veldslag plaats moet hebben gevonden, is eeuwenlang hevig gediscussieerd. De antieke bronnen bieden hierin geen uitsluitsel, met uitzondering van Tacitus die spreekt over een gebied ergens tussen de rivieren de Lippe en de Eems, niet al te ver van het Teutoburgerwoud vandaan (Annalen, I.60).

Vele voorstellen werden gedaan voor een mogelijke locatie, waaronder de plaats Kalkriese in de deelstaat Nedersaksen. In 1885 werden hier verschillende Romeinse munten ontdekt door Theodor Mommsen. De zoektocht zou verder worden voortgezet door de Engelsman Tony Clunn, die getipt was door lokale archeoloog Wolfgang Schlüter over een grote hoeveelheid Romeinse vondsten in Kalkriese. Bewapend met een metaaldetector vond hij in 1987 verschillende zilveren Romeinse munten, maar ook slingerkogels. De munten die in Kalkriese zijn gevonden, dateren voor 9 na Christus en enkele munten zijn geslagen met de overslag ‘VAR’ hetgeen men associeert met Varus.

In geologisch opzicht lijkt Kalkriese ook overeen te stemmen met de plek waar de Varusslag plaats moet hebben gevonden: het ligt aan de beboste heuvels van het Wiehengebergte en in het noorden ligt er een moeras. Vanaf 1989 begon men serieus te graven in Kalkriese en stuitte onder andere op de aarden wal die de Cherusken moeten hebben opgetrokken. Ook zijn archeologen op meerdere putten met menselijke botten gestuit, vermoedelijk de afgeslachte Romeinen die hier open en bloot werden achtergelaten door de Cherusken. Pas zes jaar later na de Varusslag (15 na Christus) zouden ze door Romeinse troepen – onder leiding van generaal Germanicus – hier hun laatste rustplaats krijgen (Annalen I.60-62).

Museum en Park Kalkriese

In 2002 opende Museum en Park Kalkriese zijn deuren en werden de opgedane vondsten en opgravingen opengesteld voor het publiek. In het archeologische park is de weg die de Romeinen zouden hebben afgelegd gemarkeerd met 500 staalplaten en zijn er een drietal paviljoens geïnstalleerd die bezoekers een idee geven hoe de strijd er uit moet hebben gezien en geklonken. Ook is er een reconstructie van de aarden wal nagemaakt op de plek waar deze gestaan moet hebben.

De vondsten, met als topstuk een indrukwekkend helmmasker, zijn te zien in het bijbehorende museum. De uitstraling van het kleine museum is warm en er zijn moderne technieken toegepast om de resultaten van ruim twintig jaar onderzoek helder over te brengen. Tevens vinden er in het museum interessante tentoonstellingen plaats en worden er regelmatig evenementen georganiseerd zoals de spraakmakende Romeinse en Germaanse dagen.

helmmasker-varusslag-2

Topstuk van Museum Kalkriese: het helmmasker

 

Het museum heeft een additionele toren met een wat spookachtige verschijning, doordat het met staalplaten is bedekt (inmiddels verroest door de krachten der natuur). Met zijn 40 meter trekt de toren direct de aandacht en zoals het een toren betaamt, kan ook deze beklommen worden. Bij de verschillende tussenlandingen krijgt de bezoeker uitgebreide informatie over de Varusslag en de wijze waarop Arminius uitgroeide tot een Duitse volksheld, waarover meer in de volgende Cultuur bij de Oosterburen.

Voor meer informatie over dit onderwerp zie:

Jona Lendering en Arjen Bosman: De rand van het Rijk: De Romeinen en de Lage Landen (Amsterdam, 2010)

Advertisements