De laatste koningin, waarmee de reeks ‘Grote Koninginnen van het Oude en Midden Rijk’ wordt afgesloten, is Ahhotep. Deze koninklijke dame leefde ten tijde van de zeventiende dynastie en wordt beschouwd als politiek leider gedurende het bewind van haar minderjarige zoon Ahmose I en als ‘krijger koningin’ die een buitenlandse dynastie van de Egyptische troon wist te werpen. Hieronder is haar verhaal, en de tijd waarin zij leefde, uiteengezet.

De Tweede Tussenperiode

Na het korte bewind van koningin Sobekneferoe (1806-1804 voor Christus), eindigden de hoogtijdagen van het Midden Rijk en werd de Tweede Tussenperiode ingeluid. Deze periode – tussen het Midden en het Nieuwe Rijk in – wordt evenals de Eerste Tussenperiode als een tijd van chaos en verval gezien. Sobekneferoe was zonder opvolger gestorven en na haar dood volgde de zwakkere dertiende dynastie.

De dertiende dynastie zag circa tien farao’s aan het roer staan die in totaal 70 jaar over Boven- en Beneden-Egypte. Ze regeerden het land vanuit Itjtawy bij de Fayoem in navolging van hun voorgangers van het Midden Rijk. De opvolging van de koninklijke lijn van de dertiende dynastie is lastig vast te stellen. Er zijn namelijk vrijwel geen monumenten nagelaten en de namen van de farao’s kennen we via fragmentarische inscripties. Enkele monumenten van aanzien zijn de piramide van farao Hor in Dahsjoer – waar ook een levensecht ka-beeld van hem werd aangetroffen – en de bakstenen piramide van farao Khendjer in Saqqara.

ka_statue_of_horawibra

Het Ka-beeld van farao Hor

Vanaf 1720 voor Christus, gedurende het bewind van Merneferre Ay, verhuisde de farao met zijn hofhouding naar Thebe. Een mogelijke trigger hiervoor kan de afscheiding zijn geweest van enkele zogenaamde koningen in de oostelijke Delta die de viertiende dynastie inluidden. Daarnaast had Egypte te kampen met de toenemende macht van de Hyksos in de oostelijke woestijn en het Deltagebied.

De Hyksos

De Hyksos waren niet van Egyptische origine. Volgens de hogepriester Manetho, die in de derde eeuw voor Christus leefde, regeerden de Hyksos gedurende de viertiende, vijftiende en zestiende dynastie over Egypte en kan hun naam vertaald worden als ‘herderskoningen’ (Flavius Josephus, Contra Apionem).

De Egyptenaren noemden de Hyksos ‘Heersers van de vreemde landen’ (Hekaoe-chasoet) en ‘Woestijnprinsen’. Ook worden de Hyksos ‘amoe‘ genoemd wat Aziaten betekent. De Hyksos kwamen vermoedelijk uit Klein Azië en vormden een mix van verschillende bevolkingsgroepen. Gekeken naar de namen die geattesteerd zijn op steles, had een groot deel van de Hyksos een Semitische afkomst.

Volgens latere Egyptische bronnen hadden de Hyksos Egypte op wrede wijze geïnfiltreerd. Waarschijnlijker is dat de Hyksos al gedurende de twaalfde dynastie langzaam hun weg naar Neder-Egypte vonden waar ze zich in de Nijldelta vestigden. Pas in de achttiende eeuw voor Christus zouden de Hyksos een grotere bedreiging hebben gevormd en nam hun macht verder toe.

Vanaf 1730 moet er sprake zijn geweest van een staatsgreep en zouden de Hyksos tot halverwege de zestiende eeuw over Egypte regeren vanuit hun hoofdstad Avaris (hedendaags Tell el- Dab’a in Neder-Egypte). Tegelijkertijd resideerden koning Merneferre Ay en diens opvolgers in Thebe alwaar ze de cultuur van het Midden Rijk in ere trachtten te houden. Deze koningen regeerden over een gebied dat van Elephantine tot Abydos reikte.

De koningen van de Hyksos

Over het bestuur van de Hyksos is er vrij weinig bekend. De Turijn Papyrus geeft de namen van circa vijf à zes belangrijke koningen die in totaal bijna 110 jaar over Egypte regeerden. Een ander soort artefact waarop de namen van de Hyksos koningen zijn aangetroffen, zijn de zogeheten scarabeeën. De scarabee, of mestkever, was een heilig dier dat de Egyptenaren in verband brachten met de god Chepri die elke dag zorgde voor een nieuwe zon die hij door de hemel rolde. De scarabee werd in de kunst onder andere als amulet vormgegeven dat op het hart gedragen kon worden en is een typisch attribuut uit de Tweede Tussenperiode.

hidden_treasures_19

Borstamulet van farao Toetanchamon in de vorm van een scarabee

Het feit dat Egypte door een buitenlandse macht werd geregeerd, was lastig te verkroppen voor de Egyptenaren. De heerschappij van de Hyksos stond daarom te boeken als een zwarte periode en derhalve is het nalatenschap van de Hyksos onderhevig geweest aan de damnatio memoriae. Dat wil zeggen: alles wat ook maar herinnerde aan de Hyksos was onderhevig aan vernietiging. Desalniettemin brachten de Hyksos ook bepaalde gewoontes en artefacten met zich mee die de Egyptenaren onbekend waren, maar wel werden overgenomen. Te denken valt aan de inzet van paard en strijdwagen bij de oorlogvoering.

Typerend voor de Hyksos waren de handelsbetrekkingen met bijvoorbeeld het Nubische koninkrijk Koesj en het Minoïsch gebied. Deze laatste banden zijn duidelijk aan het licht gekomen tijdens opgravingen in Avaris. Hier zijn in de tuinen van het zwaar beschadigde paleis van de Hyksos fragmenten van muurschilderingen gevonden die sterk lijken op de schilderingen gevonden in de Minoïsche paleizen op Kreta. Te denken valt aan de ‘bull leaping’ scène van het paleis van Knossos.

Opstand in Thebe

De heersende Hyksos en koningen van Thebe wisten elkaar enige tijd te tolereren. Vanaf de zeventiende dynastie begonnen de koningen van de Thebaanse dynastie aan een heroveringspolitiek. Het startsein werd gegeven door Seqenenre Ta’a II die in het harnas stierf tijdens een veldslag tegen koning Aoeserre Apepi I.

De mummie van Ta’a II werd ontdekt in 1881 in een uit de rotsen gehouwen verzamelgraf in Deir el-Bahri (DB320). Dit graf vormde een laatste rustplaats voor verschillende mummies uit de zeventiende dynastie, maar vooral ook voor farao’s uit het Nieuwe Rijk die hier werden herbegraven nadat hun graf was geplunderd (het beschermen van de mummies van overledenen was van cruciaal belang. Zonder een lichaam kon de overledene namelijk niet voortleven in het hiernamaals en werd de Maät verstoord). Op de schedel van Ta’a II zijn meerdere ernstige verwondingen aangetroffen en mogelijk is hij gedood door een dolk, bijl en speer.

sequenre_tao

De mummie van farao Ta’a II met zware verwondingen aan zijn schedel

Ta’a II werd opgevolgd door zijn broer of zoon Kamose die het ook tegen de Hyksos op zou nemen en wiens heerschappij van korte duur zou zijn. De strijd die Kamose tegen de Hyksos leverde wordt beschreven op twee steles die in Karnak zijn aangetroffen en op een schrijfplank: het Carnarvon tablet. Volgens de overleveringen wisten de manschappen van Kamose een bode te onderscheppen van de Hyksos koning Apepi aan de koning van Koesj waarbij hij hem om hulp vroeg om Kamose te verslaan. Als reactie werd de Bahariya oase in de westelijke woestijn vernietigd en wist Kamose de grens van zijn koninkrijk naar het noorden te verplaatsen richting Sako.

kaart-van-egypte

Kamose keerde triomferend terug naar Thebe, maar zou al in zijn derde regeringsjaar overlijden waarna zijn broer Ahmose I aan de macht kwam. Als tienjarig jongetje was hij echter nog te jong om te regeren en werd hij bijgestaan door een regentes. Ahmose I zou rond zijn vijftiende regeringsjaar de strijd aangaan met de Hyksos en hun koning Chamoedi. De tactiek die Ahmose toepaste is vastgelegd op de muren van een graf in al-Kab, nabij Aswan. Het graf behoorde aan een zekere Ahmose toe; een edelman die in het leger van Ahmose I had gediend.

Ahmose I zou volgens dit verslag eerst Memphis hebben ingenomen en vervolgens ook Heliopolis en andere Hyksos bolwerken waaronder Tjaru. Deze versterkte stad lag in de Nijldelta aan de Horusweg: de weg tussen de noordoostelijke Nijldelta van Egypte, leidend door de Sinaï, met als eindbestemming Kanaän (Gaza). Dankzij deze zet wist Ahmose I het verkeer tussen Kanaän en Avaris af te snijden, zo ook de bevoorrading.

Ahmose I zou vier pogingen ondernemen om Avaris in te nemen, maar uiteindelijk zou het hem lukken in zijn achttiende of negentiende regeringsjaar. Met de overwinning op de Hyksos werd het glorierijke Nieuwe Rijk ingeluid en zou Ahmose I in totaal vijfentwintig jaar over Egypte regeren met aan zijn zijde Grote Koningin Ahmose-Nefertari.

Godsvrouw van Amon

De regentes die hierboven terloops wordt genoemd was een bijzondere koninklijke dame die aan het einde van de zeventiende dynastie leefde en aan wie sommige historici de stichting van het Nieuwe Rijk toekennen. Haar naam was Ahhotep – wat ‘Vrede van de Maan‘ betekent – en zij was de dochter van Ta’a I en Tetisheri, zus en echtgenoot van Ta’a II en moeder van Ahmose I. De jonge Ahmose I was slechts tien jaar toen hij de scepter en dorsvlegel kreeg toegewezen. Om deze reden ontfermde zijn moeder zich als regentes over zijn taken totdat hij meerderjarig was. Ze wordt door sommigen echter ook gezien als de spil achter de verdrijving van de Hyksos, een theorie gebaseerd op de vondsten in haar mogelijke graf.

De graven van Ahhotep

Er zijn twee mogelijke plekken aan te wijzen als laatste rustplaats van Ahhotep. Allereerst is er het verzamelgraf (DB320) in Deir el-Bahri waar onder andere de buitenste sarcofaag van een overleden koningin is aangetroffen. De kist is een antropomorfe voorstelling van een overleden vrouw die een driedelige pruik en een modius (een platte, cilindrisch kroon) draagt. Haar kist is tevens versierd met de veren van een gier (een zogeheten risji-kist) en ook haar koninklijke titels worden vermeld: ‘Koninklijke moeder’, ‘Koninklijke zuster’, ‘Koninklijke dochter’ en ‘Grote koninklijke vrouw’.

amun-ra

De god Amon-Re in zijn menselijke gedaante

De meest opzienbarende titel die aan de overledene is toebedeeld, is echter die van ‘Godsvrouw’. Dit lijkt de eerste attestatie te zijn van een koninklijke titel die in het Nieuwe Rijk toegekend zou worden aan vrouwen van het hof (meestal de grote gemalin of moeder van de regerende farao): ‘Godsvrouw van Amon’. Voorheen was dit de titel die de opperpriesteres van de god Amon droeg. In het Nieuwe Rijk zou deze Thebaanse god de belangrijkste plek in het pantheon innemen; een eer die hem werd toegekend door de Thebaanse dynastie die de Hyksos uit Egypte wisten te verdrijven en deze overwinning aan de kracht van Amon toekenden. De titel ‘Godsvrouw van Amon’ was dus prestigieus en verwijst naar de goddelijke afkomst van haar echtgenoot, de farao, als de zoon van Amon op aarde.

Krijger Koningin

Een tweede mogelijkheid voor de laatste rustplaats van Ahhotep is het graf van Kamose te Thebe (Dra Aboe el-Naga) waar in 1858 een vergulde doodskist is gevonden met daarop de koninklijke titel ‘Grote koninklijke vrouwe’. De hoge status van de overledene in dit graf is zichtbaar aan de grafgiften waarmee ze is begraven. Er zijn halskettingen, (oor)hangers, armbanden en een gouden en zilveren model van een boot aangetroffen.

Onder de grafgiften is echter ook een ceremoniële bijl aangetroffen van goud, koper, elektrum en hout. Ook is er een gouden bijl met schede gevonden. Heel bijzonder zijn vooral de drie gouden ‘vliegen van eer’. Deze militaire onderscheiding werd uitzonderlijk toegekend aan individuen die zich verdienstelijk hadden gemaakt in het leger.

jewels_and_weapons_of_queen_ahhotep

De grafgiften van Ahhotep uit het graf van Dra Aboe el-Naga

De militaire verdiensten van Ahhotep worden ook op een stele van Ahmose I geattesteerd die hij liet plaatsen in de tempel van Amon-Re in Karnak. De tekst op de stele leest als volgt:

Zij is het die de riten vervulde en voor Egypte zorgde… Zij zorgde voor haar soldaten, heeft haar beschermd, haar vluchtelingen teruggebracht heeft zij en haar deserteurs bijeengebracht, zij heeft Boven-Egypte de vrede bezorgd door haar rebellen uit te drijven.

Ahhotep I of II?

Er zijn dus twee potentiële plekken aan te wijzen als laatste rustplaats van Ahhotep. Mogelijkerwijs hoorden de twee grafkisten bij elkaar, echter hoe ze van elkaar zijn gescheiden is onduidelijk. Met het oog op de afwijkende afmetingen van beide kisten, lijkt het echter om twee verschillende individuen te gaan.

De kist gevonden in het graf in Deir el-Bahri wordt over het algemeen toegekend aan Ahhotep I, de moeder van Ahmose I. De kist in Dra Aboe el-Nagu behoorde mogelijk toe aan Ahhotep II, de vrouw van Kamose. Met het oog op de grafgiften waarmee Ahhotep II is begraven, lijkt zij de koningin te zijn die de Hyksos van Egyptische bodem zou hebben verdreven. Ahhotep II wordt echter niet gezien als de moeder van Ahmose I en zo staan wetenschappers voor een raadsel welke Ahhotep bestempeld kan worden als de krijger koningin.

Hoe het ook zij, haar prestatie is evengoed bewonderenswaardig.

Advertenties