Rond de vijftiende eeuw voor Christus leefde de befaamde vrouwelijke farao Hatsjepsoet die 22 jaar over Egypte zou regeren en wiens bewind als een van de beste uit het Nieuwe Rijk geldt. De beeldtaal die deze ‘Grote Koningin’ toepaste, was echter niet geheel nieuw. Haar grote voorbeeld was namelijk een koningin die ten tijde van de twaalfde dynastie als farao vier jaar over Egypte regeerde en hiermee ook het einde van de hoogtijdagen van het Midden Rijk beklonk. De koninklijke dame in kwestie heette Sobekneferoe. Hieronder volgt haar verhaal en een korte schets over de tijd waarin zij leefde.

Het verval van het Oude Rijk

Na een periode van culturele bloei raakte het Oude Rijk van Egypte rond de vijfde dynastie in verval. Oorzaken hiervoor worden gezocht in de toenemende macht van lokale bestuurders (nomarchen) wiens portemonnees gespekt werden door de farao. Hetzelfde kan gezegd worden voor de priesterklasse. Deze waren onder andere verantwoordelijk voor de dodencultus van de farao na diens overlijden. Hiervoor ontvingen ze financiële middelen van de farao in de vorm van onder andere landerijen.

De macht en status van de farao was wanende en ook de schatkist begon langzaam op te raken. Door een reeks matige overstromingen van de Nijl, kon deze schatkist ook moeizaam aangevuld worden. Het einde van het Oude Rijk wordt omstreeks 2181 voor Christus geplaatst na het korte bewind van Netjerkare Siptah I, de laatste farao van de zesde dynastie.

De schijn van een centraal gezag in Memphis werd omhooggehouden gedurende de zevende en achtste dynastie. De koningen die in deze periode regeerden, stonden zeer kortstondig aan het roer en hebben geen grootse monumenten nagelaten. Vanaf circa 2160 voor Christus is het definitief afgelopen met het Oude Rijk en volgt de Eerste Tussenperiode.

De Eerste Tussenperiode en het Midden Rijk

De Eerste Tussenperiode wordt over het algemeen beschouwd als een turbulente tijd waarin men terugviel op de situatie van vóór de unificatie van Egypte. De lokale bestuurders van de verschillende nomen gingen op dezelfde voet verder als in de vijfde en zesde dynastie, echter gedroegen zich nu als koningen die onderling de strijd met elkaar aangingen.

Er was niet langer een centraal gezag, echter sprake van autonome ministaatjes. De twee machtigste ministaatjes waren Herakleopolis in het noorden bij de Fayoem (Henen-nesut of Nen-nesu in het Egyptisch) en Memphis in het zuiden. Het zuiden zou zich snel dominanter opstellen met koningen die in Thebe resideerden.

Vanaf het bewind van Intef II (2112-2063 voor Christus) was een groot deel van Opper-Egypte in handen van de Thebaanse monarchie. ‘Koning’ Intef zag zijn kans schoon om vanuit deze enigszins stabiele situatie zijn macht richting het noorden uit te breiden. Het zuiden zou op den duur als winnaar uit de bus komen en verantwoordelijk zijn voor de hereniging van Egypte en daarmee het Midden Rijk inluidden.

intef_the_great_legrain

Beeld van  Intef geportretteerd als een schrijver

Vergeleken met het Oude en het Nieuwe Rijk is het Midden Rijk enigszins het ondergeschoven kindje binnen de Egyptische geschiedenis, wat onterecht is. Het Midden Rijk was weliswaar korter van duur (elfde en twaalfde dynastie), echter het was een tijd van culturele opleving die meerdere succesvolle farao’s aan het roer zag.

De Hersteller van Egypte

Na een reeks conflicten tussen het noorden en zuiden van Egypte was het de Thebaanse koning Mentoehotep II (2055-2004 voor Christus) die de beslissende slag leverde en Egypte weer herenigde. Mentoehotep zou vijftig jaar over dit herenigd land regeren en talloze maatregelen hebben genomen om orde op zaken te stellen. Zo werden de aantallen nomarchen teruggeschroefd en hun loyaliteit versterkt middels het brengen van persoonlijke werkbezoeken. De financiën werden op orde gemaakt door het innen van belasting en met buren als Syrië werd er weer handel gedreven. Een mogelijke dreiging van buitenaf werd afgewend middels militaire campagnes en het plaatsen van garnizoenen aan de zuidelijke grenzen. Na het bewind van Mentoehotep II was Egypte weer stabiel en welvarend en deze farao staat dan ook te boeken als de ‘Hersteller van Egypte’.

Zijn zoon, Mentoehotep III, zou veel korter aan het roer zijn gezien het lange bewind van zijn vader. In de tijd die hem gegeven was (2004- 1992 voor Christus) zou hij het beleid van zijn vader voortzetten en met name de handelscontacten met Nubië naar een hoger niveau tillen. Over Mentoehotep IV (1992-1985) is er vrijwel niks bekend. Zijn opvolger was Amenemhat I die overigens geen familie was van Mentoehotep IV, echter zijn vizier. Er is dus sprake van een breuk met traditie en Amenemhat I luidt dan ook de twaalfde dynastie in.

De Muren van de Heerser

Het bewind van Amenemhat I zou worden getekend door diverse andere breuken met traditie. Allereerst verplaatste hij de hoofdstad van Thebe naar Itjtawy. Deze versterkte stad is nog niet ontdekt door archeologen, maar lag ergens tussen Memphis en de Fayoem in. Ook zijn graf liet Amenemhat I hier bouwen in plaats van zich te voegen bij de andere koningen in Thebe. Daarnaast koos Amenemhat voor een piramide in plaats van een simpel graf: een vorm van architectuur die al tweehonderd jaar niet meer in gebruik was geweest in Egypte.

Ook op het gebied van buitenlandse politiek was Amenemhat een stuk feller dan zijn voorgangers. Zo liet hij onder andere de noordoostelijke toegangswegen naar Egypte bewaken en een fortificatie in het noorden bouwen; de zogeheten ‘Muren van de heerser’. Met Nubië werd er niet langer handel gedreven, maar oorlog gevoerd en permanente nederzettingen gebouwd.

Tot slot heeft Amenemhat nog een vernieuwing ingesteld, namelijk het benoemen van zijn zoon Sesostris I als co-regent gedurende zijn twintigste regeringsjaar. Dit zou een slimme zet blijken, aangezien Amenemhat tijdens zijn dertigste regeringsjaar werd vermoord en Sesostris dus per direct de leiding over moest nemen. De farao’s na Amenemhat hebben hem in dit voorbeeld gevolgd door een co-regent aan te stellen.

Driemaal een Sesostris op de troon

Het bewind van Sesostris I (1956-1911) en Sesostris II (1877-1870) liet zich kenmerken door welvaart en continuïteit van het bewind van Amenemhat I. De scherpe kantjes van de buitenlandse politiek waren er echter wel een beetje vanaf en deze opvolgers concentreerden zich meer op commerciële betrekkingen met bijvoorbeeld de Aziaten. Het bewind van Sesostris II liet zich kenmerken door een bijzondere onderneming namelijk het aanleggen van een grootse dijk en systeem van kanalen in de Fayoem met als doel deze te verbinden met de Bahr Yusuf waterweg en derhalve een verbeterde controle op de irrigatie van het omliggende land te creëren.

Sesostris III, die bijna veertig jaar over Egypte regeerde (1870-1831) kreeg onder andere te maken met de ambitie van de nomarchen die nooit helemaal weggeëbd was. Deze machtslust komt goed tot uitdrukking in de tomben van Beni Hassan. Deze begraafplaats telt zo’n 39 uit de rotsen gehouwen tomben van nomarchen die in de Oryx nome (Opper-Egypte) heersten ten tijde van het Oude maar vooral het Midden Rijk.

twee-tombes-van-beni-hassan

Twee rotsgraven van Beni Hassan

Hoe Sesostris III de macht van de nomarchen inperkte, is niet geheel duidelijk. Wel weten we dat hij het land verdeelde in drie bestuurlijke eenheden om zijn grip hierop te verstevigen. Deze centra bevonden zich respectievelijk in het noorden, het zuiden en bij de meest zuidelijke grens met Nubië (Aswan). De Nubiërs die gestaag naar het noorden oprukten, pakte Sesostris III met bijzonder harde hand aan. De grens verlegde hij naar de tweede cataract (Semna) en versterkte hij met garnizoenen.

De gloriedagen van het Midden Rijk onder Amenemhat III

Het hoogtepunt van het Midden Rijk vindt plaats onder het eerste gedeelte van het bewind van Amenemhat III die vijfenveertig jaar over Egypte regeerde (1831-1786 voor Christus). Tijdens deze vreedzame en welvarende periode voltooide deze farao het project van Sesostris II in de Fayoem, liet hij meerdere tempels, twee kolossale beelden en een tweede piramide bij Hawara bouwen (zijn oorspronkelijke piramide liet hij bouwen bij het piramideveld van Dahsjoer, echter hier werden werkzaamheden gestaakt na complicaties in de fundering en binnenruimten van zijn zogeheten ‘Zwarte piramide’). De 30 meter hoge piramide in Hawara is nog altijd indrukwekkend, maar zijn dodentempel gold al in de Oudheid als een wonder. Herodotus spreekt over een ‘Labyrint’ waarin de praalgraven van koningen én van heilige krokodillen waren gehuisvest. Hij zegt dit labyrint, vlakbij het ‘Moiris-meer’, zelf te hebben bezocht en is behoorlijk onder de indruk:

Ik ben er geweest en het tart elke beschrijving. Als je een overzicht maakt van alle stadsmuren en openbare gebouwen in Griekenland, zal blijken dat zij alle tezamen niet zoveel inspanning en geld hebben gekost als dit labyrint. En de tempels in Efese en Samos mogen er toch ook zijn!” (Herodotus, Historiën 2.148)

hawara-piramide

De tempel van Amenemhat III in Hawara

Herodotus spreekt over een dozijn overdekte hoven en een gebouw van twee verdiepingen met wel drieduizend kamers, waarvan de helft ondergronds ligt en de praalgraven bevatten. De gangen die de kamers verbinden – en de slingerpaden tussen de verschillende hoven – zijn volgens Herodotus een bonte verscheidenheid die hem de adem benamen. Daar waar het labyrint ophoudt spreekt Herodotus over een 65 meter hoge piramide, verfraaid met reliëfs van dierenfiguren en toegankelijk via een onderaardse gang. Hoe dit wonder er in zijn geheel uit moet hebben gezien, is onbekend, daar het merendeel van de stenen blokken lang geleden al recyclet is.

Culturele opleving in het Midden Rijk

Naast een stabiel en centraal gezag, is er in het Midden Rijk ook sprake van een culturele opleving, waaronder in de literatuur. Teksten uit het Oude Rijk waren er vooral op gericht om de namen van farao’s op schrift vast te leggen en dienden daarnaast administratieve doeleinden. In het Midden Rijk is er sprake van het vastleggen van fictieve verhalen zoals De Schipbreukeling, het Verhaal van Sinoehe en De welbespraakte boer. Een ander genre dat zijn opmars vindt in het Midden Rijk is de zogeheten Wijsheidsliteratuur, zoals De instructies van Amenemhat I. In dit werk geeft de vermoorde koning zijn zoon Sesostris advies over zijn nieuwverworven functie.

Op het gebied van kunst was veel van de opgedane kennis in het Oude Rijk verloren gegaan, was er veel minder toezicht van de staat op het toepassen van de artistieke conventies en was er gebrek aan hoogwaardig materiaal. Desalniettemin zijn er een aantal innovaties waarneembaar in de kunst van het Midden Rijk waaronder het realisme. Portretten van koningen uit het Oude Rijk zijn vaak geïdealiseerd en hadden niet als doel de kijker een realistisch beeld van de heerser te tonen. Dit is in het Midden Rijk wel anders. De beelden van farao’s uit het Midden Rijk zijn duidelijker van elkaar te onderscheiden waardoor de kijker het gevoel krijgt daadwerkelijk naar een natuurgetrouw portret te kijken. Het toegenomen realisme had als doel om te laten zien dat de farao zich bekommerde om het welzijn van zijn volk. Sommige farao’s maken zelfs een vermoeide indruk, waardoor de kijker wordt geconfronteerd met de last die op de schouders van de farao rust. De farao komt minder afstandelijk over en staat dichter bij de mensen. Hij is niet langer het goddelijke wezen, maar wordt menselijk geportretteerd. In de literatuur wordt er ook over hem gesproken als zijnde de ‘goede herder’.

Naast deze realistische manier van portretteren, zien we in de beeldhouw- en schilderkunst meer originaliteit, meer soorten onderwerpen die ons een inzicht geven in het dagelijkse leven en kan er zelfs een onderscheid gemaakt worden in regionale stijlen. Een andere innovatie is het gebruik van rasterlijnen om de menselijke proporties te uniformeren.

In het Midden Rijk blonk men echter ook uit in de productie van sieraden en het bewerken van edelmetalen. Dit is onder andere te zien in de grafgiften van de koninginnen begraven in van Dahsjoer. Wat vooral opvalt, is de spaarzaamheid in het gebruik van metalen. De sieraden dienen duidelijk een ander doel en zijn niet hoofdzakelijk bedoeld om te imponeren. Een andere bijzondere grafgift dat ons een goed beeld van het dagelijks leven geeft, is het miniatuur model van bijvoorbeeld een werkplaats, boot of winkel; inclusief modellen van mensen en dieren.

Veel van de monumenten uit het Midden Rijk zijn verloren gegaan, omdat het materiaal vaak hergebruikt is. In andere gevallen zijn ze vervallen tot lage puinheuvels. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de piramide van Amenemhat III in Hawara, maar ook bij de piramiden van El-Lisjt, de necropolis van de nieuwe hoofdstad Itjtawy. In het laatste geval had dit te maken met de constructie van de piramide. De binnenzijde was namelijk gemaakt van lemen tichels: wanneer de buitenste laag van de piramide werd geplunderd, verviel de kern.

In het Midden Rijk lag er in elk geval een sterke nadruk op de bouw van tempels: niet alleen de dodentempel waar de farao’s postuum werden vereerd, ook in de provincies zijn er vele tempels gebouwd waar er weinig van over zijn gebleven. Twee bekendere tempels die we kennen uit het Midden Rijk zijn de terrastempel van Mentoehotep II in Deir al Bahri en de tempel van Sesostris III bij Nag al-Medamud. Laatstgenoemde was gewijd aan de oorlogsgod Montu en was tevens bekostigd met de buit die werd binnengehaald tijdens de Nubische campagnes.

Verval van het Midden Rijk

De eerste helft van het bewind van Amenemhat III was welvarend en vredig, maar vanaf de tweede helft zouden de eerste scheuren zich vertonen. De grootse bouwprojecten van deze farao zouden mogelijk te veel van de schatkist hebben gevergd in een tijd van matige overstromingen van de Nijl. Zoals eerder geconstateerd bij Pepi II, die 94 jaar lang over Egypte zou hebben geregeerd in het Oude Rijk, ging een zeer lang bewind ook ten koste van de stabiliteit van het land. Amenemhat III zou evenals Pepi II opgevolgd worden door een zoon die al op leeftijd was toen hij de scepter van zijn vader overnam. Amenemhat IV zou slechts negen jaar over Egypte regeren (1786-1777 voor Christus) en opgevolgd worden door zijn vrouw: Sobekneferoe.

Familie van Sobekneferoe

Sobekneferoe wordt beschouwd als de dochter van Amenemhat III. Zowel haar naam als die van Amenemhat III verschijnen namelijk gezamenlijk op bepaalde monumenten en tevens wordt haar de titel ‘Konings dochter’ toegekend. Haar echtgenoot was Amenemhat IV en volgens Manetho was hij ook haar broer. Dit is echter niet helemaal zeker aangezien er nergens een titel als ‘Konings Zus’ is aangetroffen.

Naast een mogelijke broer had Sobekneferoe ook een oudere zus: Nefroeptah (‘de schoonheid van Ptah’). Voor deze zus was er een tombe klaargemaakt in de piramide van haar vader in Hawara. Zij is hier echter niet te graf gesteld, maar in een eigen piramide in Hawara. Haar tombe was nog intact toen deze in 1956 werd ontdekt en bevatte onder andere prachtige sieraden en drie zilveren vazen.

nefereruptah-ketting

Ketting van Nefroeptah

De naam van Nefroeptah werd in een cartouche aangetroffen en zij is een van de eerste koninklijke vrouwen die deze eer te beurt viel. Met het oog op de vorm en inhoud van haar tombe, de titels die zij droeg en het feit dat ze op een tempel van Amenemhat III – voor de godin Renenutet in Medinet Madi in het zuidwesten van de Fayoem – wordt afgebeeld naast haar vader, lijkt het er op dat Nefroeptah een belangrijke status genoot. Mogelijk was zij zelfs de erfgenaam van Amenemhat III, echter haar vroegtijdige dood gooide roet in het eten.

Geliefde van Sobek

Na de dood van Amenemhat IV, was er geen erfgenaam. Om deze reden nam Sobekneferoe de scepter en dorsvlegel over van haar man. Haar regering zou van 1806-1802 voor Christus duren (3 jaar, 10 maanden en 24 dagen) en tevens de twaalfde dynastie – en gloriedagen van het Midden Rijk- besluiten.

Haar naam wordt genoemd in de Koningslijst van Turijn waarbij haar de titel ‘Koning van Opper en Neder-Egypte’ wordt toegekend. Twee fragmenten van de dodentempel van Amenemhat III in Hawara dragen haar naam en sommige historici denken dat zij mogelijk een tijd als co-regent samen met haar vader regeerde. Een meer waarschijnlijke verklaring voor haar naam op deze tempel is het feit dat ze dit complex van haar vader verder heeft verfraaid.

De naam Sobekneferoe betekent ‘de schoonheid van Sobek’ en veronderstelt een bijzondere band met de krokodillen-god Sobek. Volgens de Egyptische mythologie was Sobek de schepper van de Nijl en stond hij voor haar vruchtbaarheid (dat wil zeggen: de vruchtbare sliblaag die de rivier achterliet na een overstroming). De god die als krokodil – of half mens-half krokodil – werd afgebeeld was de zoon van de moedergodin Neith en werd vereerd in Shedet, een oud-Egyptische stad in de Fayoem (Crocodilopolis in het Grieks genoemd). Dit religieuze en economische centrum werd in de twaalfde dynastie gesticht en er werden krokodillen gehouden en vereerd als zijnde de reïncarnatie van Sobek. Met name Amenemhat III had een bijzondere interesse in de Fayoem. Hij tilde de cultus voor Sobek naar een hoog niveau en liet verschillende monumenten oprichten. De kans is dus groot dat zijn dochter, Sobekneferoe, de cultus van Sobek met de paplepel kreeg ingegoten.

kom_ombo-sobek-rechts

Tempel van Kom Ombo met helemaal rechts de krokodillen-god Sobek

Het aangezicht van de koningin

Andere objecten waarop de naam Sobekneferoe is aangetroffen, zijn een rolzegel met daarop ook haar koninklijke titulatuur (nu in het British Museum) en een graffito op een Nubisch fort in Kumma. Hierop wordt de stand van de Nijl aangegeven tijdens de overstroming in het derde regeringsjaar van Sobekneferoe (1,83 meter).

Hoe Sobekneferoe er uit moet hebben gezien, is lastig te zeggen. Er zijn vijf bustes van haar gevonden, waarvan er drie in de Fayoem zijn ontdekt en ook haar naam dragen. Deze beelden zijn erg beschadigd en in de meeste gevallen ontbreekt (een deel van) het hoofd. In Gezer (een stad in Israël die sterke banden onderhield met Egypte) is de voet aangetroffen van een beeld met daarop een inscriptie met de naam Sobekneferoe.

neues-museum-sobekneferoe

Het verloren beeld van Sobekneferoe

Een ander beeld van Sobekneferoe werd in Semna aangetroffen en werd in 1899 naar het Neues Museum van Berlijn gebracht. Het betreft het hoofd van de koningin dat ook nog eens bleek te passen op een standbeeld van een figuur zittend op een troon. Dat het hier een royalty betreft, kan men herleiden aan de hand van het koninklijk symbool aan de zijkant van de troon die de ‘hereniging van de twee landen’ representeert. De buste is gedurende de Tweede Wereldoorlog verdwenen, echter we weten hoe deze er uit zag dankzij foto’s en gipsen afgietsels die er van zijn gemaakt.

Inspiratiebron van Hatsjepsoet

Op een ander beeld van Sobekneferoe, dat in het Louvre bewaard wordt, is duidelijk te zien hoe zij zowel een vrouwelijke als mannelijke rol tot uitdrukking brengt. Zo draagt zij de Nemes-hoofdtooi van de farao en de Shendyt-kilt over een vrouwelijke jurk.

louvre-sobekneferoe

Beeld van Sobekneferoe – het Louvre

Op een ander overgeleverd beeld van Sobekneferoe (nu in de Metropolitan Museum in New York) draagt zij een mantel voor een speciale gelegenheid: het Heb Sed-festival, waarbij een nieuwe fase in de regering van de farao werd gevierd. Tevens draagt ze een eigenaardige kroon die mogelijk mannelijke en vrouwelijke componenten diende te combineren. Ook de koninklijke titels van Sobekneferoe verraden hoe zij haar vrouwelijkheid trachtte te combineren met haar mannelijke rol. Veelal worden er vrouwelijke titels toegepast in een koninklijk jasje zoals de Vrouwelijke Horus en Dochter van Re. Daarnaast gebruikte zij ook mannelijke titels.

Dit gebruik van beeldtaal is ook door koningin Hatsjepsoet gehanteerd in de achttiende dynastie. Zo vertonen de beelden van deze vrouwelijke farao zowel mannelijke als vrouwelijke trekken. Hatsjepsoet ging mogelijk nog een stap verder en liet zich ook met de valse baard van de farao portretteren.

beelden-van-hatsjepsut-deir-el-bahri

Beelden van Hatsjepsoet – dodentempel Deir el-Bahri

Het graf van Sobekneferoe

Het graf van Sobekneferoe is niet met zekerheid gevonden, maar er wordt verondersteld dat deze zich in Mazghuna bevindt, op zo’n 5 kilometer van Dahsjoer. In Mazghuna zijn twee piramide complexen ontdekt die gelijkenissen vertonen met de piramide van Amenemhat III in Hawara. Om deze reden wordt aangenomen dat de complexen van Mazghuna toegekend kunnen worden aan Amenemhat IV (de zuidelijke piramide) en Sobekneferoe (de noordelijke piramide). Beide piramides bevatten geen inscripties, maar kunnen gedateerd worden tot de twaalfde of dertiende dynastie. Laatstgenoemde datering is gebaseerd op de gelijkenissen met de piramide van Koning Khendjer, in het zuiden van Saqqara, die in de dertiende dynastie (de Tweede Tussenperiode) over Egypte regeerde.

De piramide die aan Sobekneferoe wordt toegekend, heeft een ingang in het noorden. Het graf zelf bevindt zich ondergronds en om hier te komen moet je diverse trappen af en door verschillende passages en kamers lopen om in de graftombe terecht te komen (een dergelijk complex wordt een hypogeum genoemd). Deze wordt vrijwel in zijn geheel opgeslokt door een enorme (ongebruikte) sarcofaag van kwartsiet. De deksel is er niet bovenop geplaatst en weegt alleen al 42 ton.

De volgende keer

De laatste in de reeks van grote koninginnen van het Oude en Midden Rijk is de ‘krijger koningin’ Ahhotep I.

Advertenties